Binnenstedelijke transformatie krijgt nieuwe dynamiek
Veel bouwplannen stagneren of worden zelfs geschrapt. Als de bouwmachine weer op gang komt, zullen vooral binnenstedelijke locaties in ontwikkeling worden genomen. Hierbij is een andere aanpak vereist dan bij uitleglocaties. Hoe kunnen gemeenten met minder stuurmogelijkheden toch gewenste ontwikkelingen in gang zetten?
In heel Nederland zijn jarenlang nieuwe woon- en werklocaties in ontwikkeling genomen om de groeiende vraag naar woningen en bedrijfsruimte te kunnen accommoderen. Het zijn niet alleen de nieuwe woonwijken bij de grote steden, maar ook talloze uitbreidingen bij kleinere gemeenten. Iedereen kent wel voorbeelden in de nabije omgeving. Om dergelijke ontwikkelingen mogelijk te maken zijn gemeenten vaak al in een vroeg stadium gestart met de verwerving van de benodigde gronden. Een dergelijk actief grondbeleid was namelijk één van de instrumenten om de ontwikkeling te kunnen sturen en minder afhankelijk te zijn van de bestaande eigendomssituatie. Soms zijn de handen ineengeslagen met ontwikkelende marktpartijen omdat zij gronden in bezit hadden. Eveneens maakten gemeenten vaak dankbaar gebruik van de kennis en het investerend vermogen van de marktpartijen. Op die wijze zijn diverse samenwerkingsverbanden tussen publieke en private partijen ontstaan.
Door de economische crisis en de daarmee verband houdende stagnatie in de woningverkoop hebben veel van de bovengenoemde ontwikkelingen averij opgelopen. Zo zijn bij lopende projecten de exploitatieperiodes verlengd en worden nieuwe bouwinitiatieven getemporiseerd, verkleind of zelfs geschrapt. De financiële gevolgen kennen we. De investeringen die hebben plaatsgevonden, bijvoorbeeld in de eerder genoemde grondverwerving, worden niet tijdig goedgemaakt door grondverkopen en leiden tot toenemende rentelasten. Soms blijkt het ook onvermijdelijk om gronden af te waarderen. Dat doet pijn bij gemeenten en marktpartijen die betere resultaten hadden verwacht.
Lees het volledige artikel onder Downloads.