De afgelopen jaren is er gewerkt aan het sneller tot stand brengen van de Nederlandse weginfrastructuur. Naast het naar voren halen van infrastructurele investeringen heeft ook het vereenvoudigen en versnellen van besluitvormingsprocedures aan deze versnelde realisatie bijgedragen. Dit leidde ertoe dat er sinds 1 januari 2009 een groot aantal infrastructurele besluiten zijn genomen (tracébesluiten, wegaanpassingsbesluiten). Regelmatig spreekt de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State zich nu uit over geschillen over deze infrastructurele besluiten. Het onderwerp externe veiligheid speelt in deze zaken steeds vaker een rol.
In de zaak over de A50 Valburg-Grijsoord (AbRvS, 28-7-2010, nr. 200902071/1, LJN: BN2663) gaf de Afdeling aan dat in deze zaak in redelijkheid aansluiting gezocht kon worden bij de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Deze circulaire vormt dus nog steeds het actuele beleidskader voor externe veiligheid bij het transport van gevaarlijke stoffen. Ook in de zaak over het wegaanpassingsbesluit A1 't Gooi (AbRvS, 2-3-2011, nr. 201006781/1, LJN: BP6352) zag het beroep op externe veiligheid. Appellant toonde echter onvoldoende aan waarom de uitgevoerde QRA onjuist zou zijn, waardoor niet inhoudelijk op de QRA werd ingegaan. De Afdeling oordeelde in de uitspraak over het beroep tegen het tracébesluit A74 (AbRvS, 27-4-2011, nr. 201008134/1, LJN: BQ2688) dat de Maas- en Brabantroute terecht buiten beschouwing waren gelaten bij de beoordeling van de externe veiligheid, nu deze geen onderdeel uitmaken van het tracébesluit. Uitgangspunt voor de beoordeling van de externe veiligheid is dus het project waar het tracébesluit op ziet. Omdat appellant daarnaast onvoldoende aangaf waarom de uitgevoerde groepsrisicoverantwoording onjuist zou zijn, faalt ook deze beroepsgrond.
Inhoudelijk interessanter is de uitspraak de A50 Ewijk-Valburg (AbRvS, 15-06-2011, nr. 201003583/1, LJN: BQ7949) waarin de afdeling overweegt dat autonome groei van het transport van gevaarlijke stoffen niet hoeft te worden verantwoord: het gaat bij de beoordeling van de externe veiligheid en de toepassing van de Circulaire om de toename vanwege het wegproject. Hiermee geeft de Afdeling invulling van de term 'toename van het groepsrisico' uit de Circulaire. In de omvangrijke uitspraak over de A4 Delft Schiedam (AbRvS, 06-07-2011, nr. 201009980/1, LJN: BR0472), kwam externe veiligheid kort aan de orde, nl. de wijze waarop de gevolgen voor de externe veiligheid bij tunnelmonden wordt gemodelleerd met RBMII.
Lees het volledige artikel onder Downloads.