We kunnen er niet omheen: de bevolkingsgroei in Nederland is aan het stagneren. In sommige regio’s is al enkele jaren sprake van bevolkingskrimp. Denk aan de grensregio's Zuid-Limburg, Noordoost-Groningen en Zeeuws-Vlaanderen, maar ook in de Gooi- en Vechtstreek. Wat zijn de consequenties van krimp voor de rioleringszorg?
In eerste instantie gaat het om een afname van het aantal inwoners met name als gevolg van vergrijzing. De verwachting is dat in de komende twintig jaar in circa twintig procent van de Nederlandse gemeenten ook het aantal huishoudens daalt. In de provincie Limburg zal hier binnen enkele jaren al sprake van zijn. De afname van het aantal inwoners heeft niet direct gevolgen voor de rioleringszorg. De voorzieningen moeten op peil gehouden worden en de kosten daarvan kunnen middels de rioolheffing verdeeld worden over de huishoudens. De vraag is wel hoe om te gaan met de toenemende groep eenpersoonshuishoudens. Betalen zij evenveel als een gezin? De afvalwaterproductie zal enigszins afnemen, maar aan de emissiereductie zal dit nauwelijks bijdragen. Met name in gemengde rioolstelsels wordt de vuilemissie voornamelijk bepaald door de hoeveelheid aangesloten verhard oppervlak.
Afname van het aantal huishoudens heeft grotere gevolgen. In de eerste plaats voor de ruimtelijke inrichting in het algemeen, want leegstand van woningen kan leiden tot afname van de leefbaarheid. Als leegstand verspreid plaatsvindt, heeft het voor de rioleringszorg tot gevolg dat vrijwel dezelfde kosten voor beheer en onderhoud verdeeld moeten worden over minder huishoudens. Of de rioolheffing per huishouden moet dan omhoog, of de inkomsten vanuit de rioolheffing gaan omlaag. In dat laatste geval moet gecompenseerd worden vanuit andere financiële bronnen - de inkomsten vanuit bijvoorbeeld de OZB nemen echter ook af - of moeten beheer en onderhoud het met een kleiner budget doen.
Hier ligt een uitdaging. Wat is werkelijk nodig om het rioolstelsel doelmatig te beheren? Welke kwaliteit vinden we acceptabel en welke faalkans? Moeten we bijvoorbeeld het hele stelsel iedere tien jaar reinigen en inspecteren of kunnen we ons beter concentreren op bepaalde gebieden? En hoe vaak accepteren we water op straat? Is de afvoercapaciteit wellicht bovengronds goedkoper te verbeteren dan ondergronds? Er zal meer geredeneerd moeten worden vanuit wat beschikbaar is en minder vanuit wat nodig is.
Lees het volledige artikel onder Downloads.