DHV maakt klimaatvoetafdruk gemeenten inzichtelijk in handboek
Advies- en ingenieursbureau DHV heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu samen met adviesbureau BECO en AgentschapNL het handboek 'Monitoring broeikasgassen en hernieuwbare energie bij lokale overheden' opgesteld. Lokaal klimaatbeleid is van invloed op een derde deel van de nationale CO2-uitstoot. Het ontbrak provincies en gemeenten tot nu toe aan een uniforme monitoringsmethodiek. Het handboek voorziet in deze behoefte.
Het handboek is gemaakt om gemeenten te ontzorgen en reikt een praktische methode aan voor het maken van een klimaatvoetafdruk. Hierdoor krijgen gemeenten snel in kaart in welke sectoren CO2 uitstoot plaatsvindt en hoe hoog deze uitstoot is. Dit helpt hen bij het gerichter invullen van hun klimaatbeleid.
Alexander Gijsen, adviseur duurzaamheid bij DHV: "Diverse gemeenten in Nederland kampen met de vraag hoe hoog de lokale CO2 uitstoot is." Voorheen bepaalden de diverse organisaties dat op verschillende manieren, wat onnodig veel geld kost. Met het handboek hebben gemeenten een uniforme methode. Gijsen: "Deze methode wordt ook gefaciliteerd door de Rijksoverheid waardoor nu gemakkelijker kan worden overgaan tot het daadwerkelijk aanpakken van het klimaatvraagstuk." Het handboek is opgesteld met bijdragen van het ministerie, gemeenten, provincies, waterschappen en kennisinstituten.
Naast het handboek bestaat er de klimaatmonitor van AgentschapNL, een openbare database met uitgebreide CO2-informatie per gemeente. Met deze database hebben gemeenten snel een overzicht welke emissies belangrijk zijn en op welke sectoren ze zich moeten richten om broeikasgassen te reduceren. Gijsen: "In een plattelandsgemeente is natuurlijk de hoogte, maar ook de verdeling over de sectoren van de emissies totaal anders dan van een grote stad als Amsterdam. Voor beide gemeenten geldt dus een ander klimaatbeleid."