Deense politiek kiest voor onderzeese tunnelverbinding tussen Denemarken en Duitsland
Groen licht voor de bouw van een onderzeese tunnel. De Deense politiek kiest definitief voor een onderzeese tunnel als beste oplossing voor de vaste oeververbinding tussen Denemarken en Duitsland (Fehmarn Belt). Het ontwerp is ontwikkeld door de Ramboll-Arup-TEC joint venture waarin het Nederlandse Tunnel Engineering Consultants (TEC), een samenwerkingsverband tussen DHV, Royal Haskoning en Witteveen+Bos, een grote rol speelt.
Een onderzeese tunnel is de beste oplossing voor de vaste oeververbinding tussen Denemarken en Duitsland (Fehmarn Belt). Zowel tijdens de bouw als de gebruiksfase scoort een onderzeese tunnel beter, waarbij rekening is gehouden met technische-, milieu- en veiligheidsaspecten. De risico's voor het milieu en de scheepvaart zijn minder en de bouwkosten lager in vergelijking met een tuibrug.
Naar verwachting start de bouw van één van Europa’s veiligste en modernste tunnel in 2014. De 19 km lange tunnel bestaat uit een 2x2 baans autoweg met vluchtstroken, een vlucht- annex leidingenkoker en een tweesporige treintunnel en wordt hiermee de langste gecombineerde weg-spoor tunnel wereldwijd. De reistijd tussen Noord-Europa en Scandinavië wordt daarmee aanzienlijk verkort. Daarnaast creëert één van Europa’s grootste infrastructuur projecten een impuls voor de economische, culturele en sociale ontwikkeling in de regio en de landen rondom de oeververbinding.
De kosten zijn geraamd op 5,1 miljard euro. De kosten van de aanpassing van de infrastructuur op de Deense en Duitse oevers bedragen 1,5 miljard euro, waardoor het totale project op 6,6 miljard euro uitkomt. De voorbereidingen voor de uitvoering nemen naar verwachting nog drie jaar in beslag. Doel is om de oeververbinding eind 2020 in gebruik te nemen.